.comment-link {margin-left:.6em;}

DORST.

28 juli 2006

Studentenstad

Ik kon niet slapen, zat met gedachten in mijn kop die als speren uit een boobytrap staken. Nog heel even en mijn lijf zakte eroverheen, ik kon niks anders dan me uit mijn zenuwcentrum te hijsen en de verlaten straten van de studentenstad in te gaan. Was ik op zoek naar verlossing of verstrooiing? Is er een verschil, zeker op die leeftijd? Nog voor ik mijn ogen de kans gaf rondom me heen te kijken, had zich al een beeld, een schatting van de atmosfeer gevormd in mijn hoofd, misschien net achter de ogen, waar de pupillen een eigen geheugen wordt voorgespiegeld. Ze zouden er -naar schatting- stil bij liggen, de straten. In roestkleur en lenteregen gedrenkte asfalt, lang uitgerekte wolken voor een halve maan. En dat kreeg ik ook te zien. Self fulfilling prophecy, heet dat dan, waarbij de verwachting de werkelijkheid kneedt en smeedt naar haar normen en vormen. Ik hield van deze nachtelijke slentertochten doorheen wijken waar ik niks verloren had, de schoentippen gericht op een vaag en opzettelijk niet ingevuld doel: niet slapen. De straten leken te schrikken van mijn aanwezigheid; hun ongemak druppelde langs de goten op mijn schouder, echoode op al hun muren bij elke voetstap die ik zette. Achter die muren sliepen vooral studenten, maar ook middenstanders die vroeg uit de veren moesten, wiens wekkers misschien nu al rinkelden, anderen lagen misschien net als ik te woelen in hun bed, of in copulatie met een al dan niet willekeurige ander. Ik voelde de muren gonzen van dromen, verwerkingsprocessen, pijn, hartslagen, elektrische ladingen, vloeistoffen, bacteriën. In de straten was van dat alles niks te merken. In de straten versus op de straten. Ik liep in de straten, was erin opgenomen, om er deel van uit te maken. Maar ik bewoog, zette voort, en dus -bij wijze van duivelse samenzwering- ving de motregen, trouwe bondgenoot in het Vlaamse landschap, terug haar neerval aan. Kleine druppels op mijn brandende sigaret (het vuur zal ze wel wegstomen). De straten spuwden mijn lijf verder naar mijn monding: het marktplein, waar geslachtsdrang honderden gelijkgezinden de slaap deed trotseren. Hier hoor je thuis, slapeloze. Ik wierp een vluchtige blik op mijn oranjegele reflectie. De helft mijn gelaat, de andere helft apotheeketalage, met lachende gezichten, strand, het nucleaire gezin en ontblote tanden. Ligt mijn haar goed? Snel, nog een sigaret aansteken, mijn kaken in een hoek van 45 graden linksomlaag, een beetje James Dean al zeg, dacht ik het zelf. In de hoop dat een lichtbeschonken schoonheid bij dat ene nagespeelde fragment pellicule haar hartslag aan een hoger tempo zou voelen kloppen, daar zo onder haar linkerborst, onder een lichtbezweet topje met spaghettibandjes. Zeker te koud voor haar om zomaar midden in de nacht buiten te staan, maar zo zijn wij nu eenmaal, onachtzaam en in de waan dat de lentewarmte ook na het vallen van de zon nazinderen zal. Zo'n naieve ingesteldheid zou haar sieren, ware het niet dat ik rondom me heen keek en tot de teleurstellende conclusie moest komen dat er niemand in de buurt was, laat staan een warmbloedige babe. Ach ja, opsmoren die handel en de eerste de beste cafe binnenstappen, de voettippen nog altijd op oneindig, een magnetisch noorden. Het gedempte geklop op de ruiten van beats -oerkreten volgens sommigen, hartslagen volgens anderen- werd met het openslaan van de deur heel even van zijn hermetische cel bevrijd. Zuchtlucht. Op de deur de naam van het café: "Int gazet", het stamcafé van Journalistiek dus of fakbar zoals ze dat toen in de volksmond noemden. (Noemen ze het nu ook nog zo? Hoe lang zit ik hier al?) Het cafe zat bomvol lichamen, botten, alcohol, cellen, elektronica en nog in rugzakken stekende cursussen, snel gecopieerd tussen les en bier in. Anchor men and women to be or wanna be, that's the question. Ach ja, Shakespeare parafraseren, parodiëren en zichzelf daar nu toch zo ongelofelijk intelligent en spitsvondig om vinden, zo iemand was ik. Oh ja hoor, ik vond mezelf een genie, maar worstelde met een totaal gebrek aan erkenning van de buitenwereld. Herken mij, schreeuwden al mijn porien telkens ik de aula kwam binnengewandeld. Herken mij!! Erken mij!! Maar in werkelijkheid was ik helemaal niet zo geniaal, en was ik degene die de wereld rondom mij niet wilde herkennen, en niet andersom. Net zoals ik bij elke voetstap de straat met argwanende blik op mijn rug voelde kijken. Ergens waren ogen verscholen tussen de groeven van de bakstenen, maar ik kon ze niet vinden, wat ze nog angstaanjagender maakte, die ogen van het publiek, dat stilstaat, je voorbij ziet dwalen en je met een oordeel neervellen kan. Wie is er nu niet bang van de stilzwijgende meerderheid, die als sneeuw lente en zomer bedekt, vervuld van potentieel, even grillig als het nu waarin ik dit schrijf. "Waar stilte is, komt een storm". How clever. How silly. Genoeg gejamesdeant.
Het begon me stilaan te dagen dat waar mijn magnetische noorden ook lag het in elk geval niet "Int gazet" stond. Er kwamen een aantal studenten lallend buiten, waaronder 1 niet onaantrekkelijk meisje. Ik wierp een schichtige blik op haar, zij op mij. Later zou ze me vertellen dat ik net "een kat was die voor de koplampen verschijnt , vervolgens wegrent maar ooit nog aan de keukendeur om melk zou miauwen". Verdomme, ze was goed met woorden...En toch herinner ik me niet meer wat ze die nacht droeg, of hoe ze er eigenlijk uitzag. Dat wordt nochtans vaak gezegd: "ik herinner het me nog alsof het gisteren was". Maar zo gebeurt dat nu eenmaal niet, de herfst begint ook niet met bruine bladeren, maar met groengroengroengele en dan groengroengele, en dan groengele, en dan groenbruine, en dan bruine, en dan de wind, en dan de regen, en dan de harken, en dan de kinderen die kastanjes rapen, en dan eenden in de lucht, en dan een kus. En zo was het ook bij ons. De ware tegenkomen en hem of haar niet herkennen. "O, de Ironie!" krijst het Griekse koor, en we applaudiseren, glimlachen, verwarmen ons aan het rekwisietenvuur. We kruisen dagelijks honderden lijven, van dichtbij of veraf, maar of we er 1 nog van zullen weerzien of zelfs liefhebben, daar hebben we het raden naar. Later zouden we over die avond spreken als het binnenpretje van het lot. Ons lot. Of waren we simpelweg te diep verscholen achter onze rollen? Ik als dwalende James Dean, zij als tipsy studente. Het lot gniffelde en ik dwaalde verder. Zij dronk haar glas uit, met haar blote schouders ter plekke schuifelend in de lenteregen die de oranje straatverlichting als gensters deed schitteren, of was het omgekeerd? Het zou welgeteld 17 dagen duren vooraleer we uit onze kunstmatig in coma gehouden driehoeksrelatie zouden ontwaken en het Lot zich stilaan van onze middens zou onttrekken. Op die nacht was ie nog almachtige koning en speelse hofnar tegelijkertijd, want onze non-onmoeting had hooguit vijf seconden geduurd. Een, twee, drie, vier, vijf, dag, doei, tot nog eens. Het publiek dat vanuit de tamelijk ongemakkelijke zeteltjes naar ons toneelstuk komt kijken weet natuurlijk beter. Haar naam en mijn naam staan immers in grote kapitaalletters op de affiche, boven de foto van onze kus. Het publiek weet, verwacht en wij lossen de verwachting in. Anders kan het publiek niet weten. Alleen wijzelf wisten het niet, zogezegd. Want wij hadden natuurlijk ook het scenario gelezen, vele karmische verledens gespendeerd met onbewuste repetities, elk onbewaakt moment opgedragen aan het volgende leven of het leven erna, wanneer we elkaar zouden ontmoeten. Die avond was de trailer, in afwachting van de première. Het publiek was voor iets anders gekomen, kreeg enkel een voorsmaakje (aperitief). Hetzelfde gold voor ons. Aan de andere kant van het plein zogen de straten me terug op in hun stoelgang. Ik belandde in bed, mijn eigen bed, mijn eigen dagdagelijks epicentrum. In de oosterhemel had de dageraad zich al genesteld en fladderden de vogels het duister westwaarts.

3 Comments:

  • Dwaffelen. Kerel, je bent echt vies scheef aan het "dwaffelen".

    door Anonymous Anoniem, om 2:29 a.m.  

  • Painting pictures with words, nails, heads and hammers.

    Prachtig!

    door Blogger Stoffie, om 11:49 a.m.  

  • Gejamesdeant... Fàntastisch, zeg ik u!

    door Anonymous Anneke, om 1:57 p.m.  

Een reactie plaatsen

<< Home